Uitvoering van een herontdekt manuscript

Bernhard Antoine Pothast

Bernard Antoine Pothast

PothastPothast en Corten, 1897Bernard Antoine Pothast werd op 7 october 1824 te Sittard geboren als zoon van de hoofdonderwijzer Jean B. Pothast en Anges Dunckel. Toen hij 10 jaar oud was, zong hij al in het koor van de St. Petrus. Zijn vader dirigeerde dit koor en van hem kreeg hij ook zijn eerste muziekonderwijs. Anno 1839 ging Bernard naar Rolduc. Na de lessen van zijn vader kreeg hij nog pianoles van Renier. Toen Bernard ook nog vioollessen wilde nemen, werd hem dit door zijn familie tegengemaakt omdat men de viool een te profaan instrument vond. Hij zette toch door en had als leraar Groschel. Reeds voor zijn 15e jaar speelde hij in het Sittardse Stadsorkest dat onder leiding stond van notaris Engelen.

In Rolduc kreeg hij aanvankelijk weinig begeleiding, maar eenmaal ontdekt door de muziekleraar Mansion, werd hij opgenomen in het Rolducse orkest. Sinds 1840 gaf hij zelf vioolles en in datzelfde jaar begon hij met zijn komposities: een solopartij voor sopraan met koorbegeleiding, ‘Brumstimmen’. In 1841 componeert hij al een driestemmige Mis, met orgelbegeleiding. Hij is er zich van bewust dat hij de harmonieleer onvoldoende beheerst. Niettemin wordt hij in 1843, nog student zijnde, ‘Directeur de Musique’. In 1848 wordt hij tot priester gewijd. Voor die gelegenheid heeft hij een meerstemmige Mis gecomponeerd. Hij gaat daarna 2 maal per week les nemen bij de organist van de Dom te Aken, Zimmers, die hem laat studeren aan de hand van de grote meesters, met name Händel.

Ieder jaar verschijnen er komposities en hij legt ze voor aan de groten van zijn tijd, eerst aan Reissiger, de eerste kapelmeester van de koning van Saksen en later aan Oberhoffer, een Luxemburgse professor in de muziek. Hij componeert Missen, muziek voor de Opera Joseph in Egypte, een Te Deum en in 1855 het aan iedere Rolducien bekende Adieu Rolduc. Op 30 mei 1857 ontmoet hij Liszt in Aken. Pothast legt hem enkele komposities voor en de muziek wordt door Liszt bijzonder gewaardeerd. In 1864 componeert hij twee passies, volgens Mattheus en Johannes. In 1873 schrijf hij muziek voor het passieverhaal volgens Lucas en Marcus. In 1875 volgde de toonzetting van de koren van Athalie een drama van Racine, in 1878 Lodewijk XVII, het jaar daarop Drei Könige en in 1883 De twee gebroeders. In 1898 verlaat Pothast Rolduc en gaat wonen bij zijn twee zusters in Sittard. Hij sterft in 1904.

Bernard Pothast was een gevoelige man die met scrupuleuze nauwkeurigheid zijn belevenissen in dagboeken vastlegde. Dit deed hij ook met zijn muzikale activiteiten en ervaringen. Hij noteerde niet alleen zijn eigen komposities, maar ook uitvoeringen die hij had bijgewoond en door wie ze gedirigeerd werden. De Mattheuspassie bleef het meest bekend omdat ze per traditie op Palmzondag te Rolduc werd uitgevoerd. 

Bovenstaande tekst is geschreven door Directeur J.J. Stassen bij het verschijnen van een LP van de Mattheus Passie. In 2004, is er een opname op CD verschenen van de Passio secundum Mattheum; betrokken bij het tot stand komen van deze CD waren o.a. Hans van Dijk, Wim Vluggen, Tjeu Zeijen en vele anderen. De CD is nog te koop bij de receptie te Rolduc. 

Meer informatie over Bernard Antoine Pothast kunt u vinden in het Rolducse jaarboek van 1926 (pdf - 8 Mb).